mr. V.S. (Vanessa) Huygen van Dyck-Jagersma

Advocaat

Contact

06 - 29 000 970

huygen@huygenlammersadvocaten.nl

Download v-Card

Vanessa Huygen op LinkedIn


Wat drijft u? Wat is voor u belangrijk, als persoon of als ondernemer? Wellicht een vreemde start van mijn persoonlijk profiel, maar wat mij als advocaat drijft is het leveren van meerwaarde voor u. Het zo optimaal mogelijk begeleiden van een proces waar u niet op zat te wachten en wat niet uw dagelijkse praktijk is. Dit geeft zorgen, onzekerheid. Persoonlijke aandacht en ontzorging zijn daarom de speerpunten in mijn dienstverlening.

Vaktechnisch heb ik sinds mijn beëdiging als advocaat in 2005 een reputatie opgebouwd op het gebied van fiscaal procesrecht. Daarnaast begeleid ik cliënten door procedures met betrekking tot (fiscaal) strafrecht, ontneming en treed ik op als sparringpartner.

CV

Lidmaatschappen

  • NOvA (Nederlandse Orde van Advocaten)
  • NOB (Nederlandse Orde van Belastingadviseurs)
  • NVAB (Nederlandse Vereniging van Advocaten-Belastingkundigen)
  • WWCDA (Women’s White Collar Defense Association)

Geregistreerde rechtsgebieden NOvA:

  • Belastingrecht
  • Strafrecht: fiscaal strafrecht

Sparringpartner adviseur

Veel voldoening haal ik onder andere in het sparren met adviseurs. Zij kunnen mij inschakelen om bij te springen op onderwerpen die het fiscale procesrecht raken, oftewel het ‘formele belastingrecht’. Op die manier kan ik op de achtergrond meekijken en meedenken, of wanneer dat beter blijkt de procedure uit handen nemen. In de fase voordat geschillen in zicht zijn of door (structurering of andere) keuzes nog te vermijden, raadpleeg dan vooral uw accountant of belastingadviseur. Omdat ik geen belastingadvies geef, ben ik geen concurrent van uw adviseur maar kunnen we juist goed samenwerken.

Snijvlak fiscaal recht en strafrecht

Door mijn kennis van het fiscale recht en raakvlakken met het strafrecht kan mijn bijstand meerwaarde opleveren, naast uw eigen strafrechtadvocaat. Weet u bijvoorbeeld dat een veroordeling gevolgen kan hebben voor aftrekbaarheid van kosten over meerdere jaren, en dat het daarvoor van belang kan zijn wanneer een strafzaak (al dan niet in hoger beroep) eindigt? En dat strafrechtelijke ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit niet-fiscale delicten tot onterechte belastingheffing kan leiden als Belastingdienst en OM ieder hun eigen plan trekken? Dit soort onderwerpen staan niet logischerwijs op het netvlies van iedere strafrechtadvocaat.

Offshore structuren

Diverse cliënten hebben te maken met structuren die op advies van daarin gespecialiseerde bureaus zijn opgezet om vanuit het buitenland te ondernemen. Deze structuren kunnen tot een onderzoek leiden, over de vraag of er wel echt vanuit het buitenland wordt ondernomen en de desbetreffende entiteit(en) dus in het buitenland of in Nederland zijn gevestigd (vestigingsplaatsonderzoek). Ook kan discussie ontstaan over de vraag of de geldstromen die door bijvoorbeeld een Limited zijn gevloeid in werkelijkheid inkomsten zijn geweest van een voordien bestaande in Nederland gevestigde onderneming. Met andere woorden: van wie zijn de inkomsten en dus uiteraard onderaan de streep: is de Nederlandse Belastingdienst tekortgekomen? En welk verwijt kan u daarvan worden gemaakt, in een boete of via het strafrecht?

Woonplaatsdiscussies

De vraag waar u fiscaal gezien woont, lijkt wellicht makkelijk te beantwoorden. Maar schijn kan bedriegen. Wie denkt al geruime tijd Nederland als ‘woonplaats’ achter zich te hebben gelaten, kan door de Nederlandse fiscus nog steeds als inwoner worden gezien. Connecties die u heeft behouden, banden die niet zijn verbroken. En voor zover het uiteindelijk al niet zover komt, kunt u wel eerst geconfronteerd worden met een woonplaatsonderzoek door de Belastingdienst dat vergaand inbreuk maakt op uw privacy. Met mijn ervaring op dit vlak kan ik u bijstaan in dergelijke procedures en helpen bepalen: tot waar en niet verder mag de Belastingdienst gaan.

Verzwegen inkomen en vermogen

Al vrij snel sinds de start van mijn carrière als fiscaal advocaat ben ik mij gaan bezighouden met de zogenoemde ‘inkeerprocedure’. De eerste grote storm kwam eind 2009, aangezien per 2010 de boete op inkeren werd ingevoerd. De inkeerregeling als zodanig is in de loop van de tijd sterk versoberd. Met name de garantie dat een zelfmelder strafrechtelijk gevrijwaard was, is langzamerhand afgeschaft. Per 2018 werd de vrijwaring voor het strafrecht in de Inkomstenbelasting afgeschaft voor buitenlands ‘box 3’ vermogen, voor aangiftes ingediend na 2018. Per 2020 werd de vrijwaring ook afgeschaft voor in Nederland aangehouden vermogen en voor ‘box 2’, ook voor reeds ingediende aangiften. Alleen voor box 1 en voor andere belastingmiddelen (denk aan vennootschapsbelasting, schenk- en erfbelasting, loonbelasting, omzetbelasting) bestaat de inkeerregeling nog onverkort.

Daarnaast is de Belastingdienst beter geworden in het verkrijgen van informatie uit het buitenland.  Dat betekent dat ook steeds meer mensen onvrijwillig genoodzaakt zijn verzwegen inkomsten en vermogen op te biechten. In zowel de vrijwillige als de onvrijwillige variant is het risico op een strafzaak echter steeds sterker aanwezig. Van groot belang is daarom om op basis van die risico’s strategisch zo goed mogelijk te opereren.

Overige blogs